Welkom bij 23 OpsporingsDingen!

Interesse in de 23 OpsporingsDingen-cursus? Dan ben je hier op de juiste plek! Deze site is namelijk de cursus en werd door zo’n 30 enthousiastelingen uit Groningen, Friesland en Drenthe  gevolgd. Op dit moment hebben we weer ruim 30 nieuwe enthousiastelingen. Kijk gerust eens rond bij alle Dingen om een indruk te krijgen van de inhoud ervan. In 23 oefeningen maak je hier kennis met de huidige digitale wereld, het sociale web, denk je na over wat je er persoonlijk mee kan doen en hoe je het kan toepassen in de politieorganisatie waar je werkt.

“23 Dingen” is anders dan andere cursussen of e-learning programma’s. Je leert hier over het sociale web vooral door zélf dingen te ontdekken. “Leren door te doen” is het credo. De rol van docent is hier veranderd. Geen allesweter die vertelt hoe het moet, maar een begeleider die assisteert bij onduidelijkheden en die tevens leert mét de mensen die dit programma volgen.

De cursus in het kort

  • Duur: 9 weken, gemiddeld twee tot vier uur per week
  • Kosten: incentive per cursist, budget zelf te bepalen
  • Planning: twee Dingen per week
  • Dingen: zie het overzicht van Dingen
  • Bij elk ding een bericht plaatsen op het forum!
  • Elke week komen 2 nieuwe dingen beschikbaar

Achtergrond

Het oorspronkelijke idee voor dit “23 Dingen” programma, is afkomstig van Helene Blowers. In 2006 ontwikkelde zij dit programma voor de bibliotheek van Mecklenburg County, USA. En met veel succes! Honderden bibliotheekmedewerkers volgden de lessen met veel plezier.

De oorspronkelijke “23 Things” werd gepubliceerd onder zogenaamd Creative Commons licentie, hetgeen wil zeggen dat iedereen vrij is om het materiaal te gebruiken en te kopiëren, mits met naamsvermelding. Ook anderen kunnen deze versie van “23 Dingen” onder dezelfde condities gebruiken.

Medio 2007 is door Rob Coers van Coers Internet Trainingen “23 Things” vertaald en bewerkt naar het Nederlands, in opdracht van de Vereniging van Openbare Bibliotheken, met toestemming van Helene Blowers. Op de homepage van zijn site, 23dingen.nl, staat een dankwoord hiervoor. Eind 2008 is deze cursus door Natalie Hensen deels herschreven naar de politiewereld, met dank aan de basisteksten van Rob Coers. Begin 2010 kwam deze versie tot stand, de 23 OpsporingsDingen!

#18 Evalueer wat je in de afgelopen tijd hebt geleerd

Y E S S S S ! Je bent aan het einde van de eerste 18 reguliere Dingen! Het zwaarste deel zit erop. Je kan jezelf een schouderklop geven voor het feit dat je dit alles voor elkaar hebt gekregen. Gefeliciteerd!

Voor dit laatste reguliere Ding vraag ik je om terug te kijken op deze ontdekkingsreis. Om er wat lijn in aan te brengen zou je langs deze punten kunnen schrijven. Schrijf je antwoorden op het forum.

  • Wat waren je favoriete Dingen die je onderweg hebt leren kennen en gebruiken?
  • Wat heeft dit leerprogramma “gedaan” met jou en met de organisatie waar je werkt?
  • Waren er dingen die je verrasten, als onverwacht resultaat van dit programma?
  • Wat kan er gedaan worden om 23 Dingen te verbeteren?
  • En vul aan: “23 Dingen is voor mij …

Het waren intensieve maanden waarin je het soms niet meer zag zitten maar het waren ook tijden waarin er in je organisatie dag in dag uit over web 2.0 werd gepraat. In elk geval heeft het je ervaring met en je kennis over het nieuwe web flink verrijkt. En je hebt iets gedaan, waar je misschien lang geleden al mee stopte: spelen en spelend leren.

Ik wens je veel succes toe in het doorgaan met spelen en ontdekken.

Op ….. a.s. zullen we de laatste 5 dingen in groepjes doen: de opsporingscases. Mocht je nog niet doorgegeven hebben of je hierbij kunt zijn, doe dat dan alsnog! Het is ook het moment dat de certificaten uitgereikt zullen worden door niemand minder dan onze divisiechef.

Kun je er niet bij zijn, geen nood; daar verzin ik nog wel een list op.

#17 Politie 2.0 en de toekomst van de politie

Politie 2.0 is een betrekkelijk nieuwe term (zoek er maar eens op in Google) die gebruikt wordt voor een verzameling gedachten om op een andere manier informatie te verzamelen. En in het algemeen de communicatie met burgers. Vele branches hebben de ’2.0′ achter hun naam geadopteerd, wanneer er klantgerichter en interactiever gewerkt gaat worden: Reizen 2.0, Boodschappendoen 2.0, Koken 2.0 en ga zo maar door. Kernpunt is, dat “2.0″ alle ruimte biedt aan gebruikers om mee te werken aan- en te participeren in de verdere ontwikkeling van bestaande en nieuwe diensten, zowel online als in de echte wereld.

De moderne politieorganisatie maakt gebruik van de web 2.0-tools waar burgers zelf al mee vertrouwd zijn. Velen redeneren dat politie 2.0 meer is dan alleen een term om nieuwe web 2.0-technologieën in een politiesetting te plaatsen. Het is tevens een term die gebruikt kan worden om een bepaald bewustzijn van de (digitale) veranderingen om ons heen waar te nemen en daar ook actief in mee te willen gaan. Een gedragsverandering dus!

Hoe dan ook zal de politieorganisatie onder invloed van web 2.0 er totaal anders uit zien. En dat geldt ook voor het werken bij de politieorganisatie. Hoe denk jij dat de organisatie eruit zou kunnen zien onder invloed van web 2.0? Hoe zou het zijn om alle geleerde toepassingen uit deze cursus vanuit één bron toegankelijk te hebben en te gebruiken, intern en/of extern?

Achtergrondinformatie/voorbeelden

Geweldig filmpje over de politie van de toekomst:

httpv://www.youtube.com/watch?v=Oy-BBCWeuLE

Ontdekoefening

  1. Lees de achtergrondinformatie en bekijk de voorbeelden. Bekijk met name discussies op het politie2.0-platform.
  2. Schrijf op het forum over je gedachten en ervaringen met één van deze voorbeelden.
  3. Schrijf op het forum over hoe jij tegen politie 2.0 aankijkt.
  4. Schrijf tenslotte op het forum hoe web 2.0-tools de politie kunnen helpen criminaliteit tegen te gaan; hoe kun je zorgen dat bepaalde misdrijven níet gebeuren? En hoe kan het de opsporing helpen?

Politie 2.0 kan nog alle kanten uitgaan. Een ding is zeker, de technische middelen zijn er te over om er met z’n allen, iedereen in het werkveld, openlijk over te praten en ideeën uit te wisselen.

#15 Ontdek wiki’s en hoe de politie ze kan toepassen

Een wiki is een website waarop gebruikers samen kunnen werken aan een document of een website. Zij kunnen eenvoudig content toevoegen, bewerken en verwijderen. Wikipedia, de online open-community encyclopedie, is de grootste en bekendste wiki van het web. Dankzij de beschikbaarheid van vrij verkrijgbare wiki-software is de populariteit van deze tool voor andere toepassingen sterk gestegen.

Wat maakt het gebruik van een wiki zo aantrekkelijk?

  • Iedereen (geregistreerd of ongeregistreerd – dat laatste indien dat gewenst is) kan content toevoegen, wijzigen of verwijderen.
  • De wiki-software houdt automatisch het versiebeheer bij en je ziet in één oogopslag wat er veranderd is en door wie.
  • Oude versies van een pagina of document, kunnen altijd worden opgehaald en hersteld.
  • Gebruikers hoeven geen kennis te hebben van HTML om content toe te voegen.
  • Een eenvoudige tekstverwerker zorgt voor de juiste opmaak en structuur.

Bijna alle grote bedrijven werken met een wiki op hun intranet, om kennisuitwisseling tussen medewerkers te bevorderen. Politie Utrecht heeft ook een interne wiki genaamd BlueWiki die vooralsnog kleinschalig ingezet wordt door met name informatieanalisten.

Achtergrondinformatie

“Sandbox” (of “zandbak” in gewoon Nederlands) is de term die op wiki’s vaak wordt gebruikt, voor de ruimte die speciaal bedoeld is om gebruikers te laten spelen. Experimenteren, leren, proberen, alles kan. Voor dit onderdeel is een speciale 23 OpsporingsDingen-wiki ingericht, zodat je er ook eens vanuit “de achterkant” mee kunt kennismaken.

Het thema van deze wiki is: FAVORIETEN. Favoriete boeken, favoriete films, favoriete vakantiebestemmingen, favoriete weblogs, favoriete sportclubs, favoriete…etc.!

De 23 OpsporingsDingen-wiki is ondergebracht bij PBworks. Iedereen kan binnen enkele minuten een werkende wiki maken, die bovendien eenvoudig in het gebruik is. Mocht je toch nog moeilijkheden tegenkomen, dan heeft PBworks een aantal hulpbronnen beschikbaar:

  • PBworks Tour. Een uitleg in zeven stappen.
  • PBworks Tips op PBwiki Central. Voor de wat gevorderde gebruiker die meer wil.

Ontdekoefeningen

  1. In deze oefening ga je enkele wiki’s bekijken. Hier zijn enkele voorbeelden om je op weg te helpen:
  2. Voeg een of twee stukjes tekst toe aan de 23 OpsporingsDingen-wiki.
    Klik daarvoor rechts in het scherm op ‘Request Access’. Ik zal je dit zo snel mogelijk geven. Dan pas kun je de opdracht uitvoeren. Voeg je favoriete dingen toe in je eigen woorden. Alhoewel de wiki-software bijhoudt wie wat schrijft, is het handig als je je stukje “ondertekent” met je cursusidentiteit.
  3. Schrijf op het forum over je bevindingen. Wat vond je interessant? Welke toepassingen zouden goed zijn om in een wiki te doen en welke niet? Wat kunnen wij hier als politieorganisatie mee? Weet je überhaupt wat we er nu mee doen en wat vind je daarvan?

#16 Mobiele toepassingen

In alle onderzoeken over internet, de trendvoorspellingen voor de (nabije) toekomst zie je een aantal ontwikkelingen terugkomen. Mobiel en Overal spelen hierbij een centrale rol. Technisch geavanceerde, krachtige en slimme mobiele telefoons, voorzien van mobiel internet, Global Positioning System (GPS) en multimediavoorzieningen, zijn bezig aan een opmars: de smartphones. In 2011 is de verwachting dat 80%van alle Nederlanders beschikking zal hebben over mobiel internet, via telefoon of ander apparaat. De groei is dus enorm, ook in de rest van de wereld.

Smartphone?

Wat zijn de kenmerken van zulke telefoons? Ze hebben grote beeldschermen met veel kleuren, zijn (vaak) voorzien van een aanraakscherm (touchscreen). Een camera is aanwezig om foto´s en video-opnamen te maken. Op het toestel is relatief snel mobiel internet beschikbaar en applicaties – ook vaak apps genoemd – zijn aangepast op mobiel gebruik. De bekendste voorbeelden hiervan zijn momenteel de iPhone van Apple, de Android-toestellen (ha! Android is ontwikkeld door… Google!) van HTC en Samsung en de Nokia N-series.

Telefoon als verlengstuk

Meer en meer wordt de telefoon een verlengstuk van je sociale netwerk(en). Let maar eens op de reclames over mobiele telefoons. Die gaan al lang niet meer over het bellen en sms-en maar over je sociale netwerk binnen handbereik. Voor € 10,- ben je al snel altijd en overal online.

Overal

De telefoon is niet meer alleen een toestel om mee te bellen maar bovenal om verbonden te zijn met de wereld om je heen. Dat brengt mij naar een laatste kenmerk: locatie. Bijna alle telefoons zijn uitgerust met GPS. Dat lijkt een simpele constatering maar biedt uiteindelijk een schat aan mogelijkheden om geografisch gebaseerde informatie en diensten aan te bieden, mobiel en real time (dus aangepast en toegespitst op tijdstip en plek).

‘Toegevoegde realiteit’

Een aparte vermelding is er voor de recente opkomst van Augmented Reality (letterlijk: toegevoegde realiteit) en de rol van de (Nederlandse) browser Layar hierin. Deze applicatie was een van de eerste breed toegankelijke toepassingen van Augmented Reality voor de telefoon. Door de GPS en internetverbinding op de telefoon aan een kompas en een camera te verbinden en ze met elkaar te laten communiceren… Vertelt het kompas waar je heenkijkt, de GPS waar je bent, de camera levert het beeld voor de interface en het internet verbindt het geheel aan elkaar. Zo krijg je een filter over het camerabeeld met daarop informatie van bijvoorbeeld Funda (een makelaarswebsite). Het aantal locaties en informatielagen groeit hard maar is nog betrekkelijk klein waardoor je niet overal de Augmented Reality kan oproepen. Vooral commerciële partijen zijn dit momenteel aan het verkennen.

Politie Noord-Holland Noord heeft al met dit fenomeen geëxperimenteerd; zij hebben een applicatie laten bouwen waardoor inwoners in de regio kunnen zien waar het dichtstbijzijnde politiebureau is. Handig als je daar niet bekend ben, maar wel dringend op het bureau moet zijn!

Een aantal politieagenten in het Amerikaanse District of Columbia kreeg in 2008 al  iPhones om het gemakkelijker te maken te reageren op incidenten en verbalen op te maken.

Ontdekoefening

  1. Heb je een smartphone inclusief een mobiel internet abonnement? Ga dan naar de app-store van je telefoon en probeer één of meerdere apps te downloaden.
  2. Download de Augmented Reality-browser Layar en kijk door de bril van de Augmented Reality naar de wereld.
  3. Ben je zelf niet in het bezit van zo´n telefoon met bijbehorend mobiel internet vraag dan eens aan een collega, vriend of familielid die dat wel is of die je eens kort een paar van zulke apps kan laten zien en over welke hij of zij enthousiast is en waarom.
  4. Bedenk eens een goede app voor ons als politie; zou je bijvoorbeeld iets zien in een app die burgers in een straal van een paar honderd meter rondom een net gepleegde woninginbraak op de hoogte stelt van het signalement van de dader? Een soort geavanceerd Burgernet? Of heb je andere ideeën?
  5. Wat betekent de opkomst van mobiel internet voor ons werk? Biedt het kansen? Bedreigingen?
  6. Schrijf op het forum over je ervaringen.

Met dank aan 23 ArchiefDingen.

#13 Veiligheid en privacy op web 2.0

Spelen en werken met web 2.0-toepassingen is leuk, handig en als je wilt, leer je er veel nieuwe mensen mee kennen. Een gebruikersaccount bij een sociaal netwerk als Hyves en Facebook, is zo gemaakt, foto’s van vakanties zijn in no-time geüpload en een blogberichtje is in een paar minuten geschreven.

Toch is het goed om bij een aantal zaken stil te staan.

  1. Bepaal of je je bij web 2.0-websites aanmeldt met je echte voor- en achternaam, je werkmailadres en je werkelijke geboortedatum en woonplaats. Realiseer je dat anderen wel eens op je naam kunnen Googlen.
  2. Op elke computer die het web op kan, heb je toegang tot je web 2.0-sites. Werk je niet op je eigen computer, meld je na afloop dan altijd af. Doe je dat niet, dan kan degene die na jou dezelfde site bezoekt jouw account gebruiken.
  3. Gebruik voor de websites waar je persoonlijke dingen doet (bijv. je webmail, je foto’s) een goed en veilig wachtwoord. Voor websites waar je niet zo vaak gebruik van maakt, kun je het best een andere -  maar steeds dezelfde gebruikersnaam/wachtwoordcombinatie – gebruiken. Voor je het weet heb je tientallen accounts!
    Of maak gebruik van de tips in dit artikel van Contentgirls.
  4. Zoals gezegd, aanmelden is zo gedaan. Maar hoe kom je weer van je account af? Zelden wordt die informatie gegeven, maar als je op Google zoekt met de termen ‘naamvandewebsite delete account’ kom je wel tips tegen. Op sommige blogs, zoals de ‘biechtsite’ VergeefMij worden ook tips voor meerdere sociale netwerken gegeven.
  5. Bekijk de film Privacy matters (10 minuten):

httpv://www.youtube.com/watch?v=OohrAPiDnMA

Lees meer over de film Privacy Matters

Ontdekoefening

  1. Zoek in Google op je eigen naam (gebruik aanhalingstekens zoals “jan jansen”) of wellicht de bijnaam die je op internet gebruikt. Was je van alle vermeldingen op de hoogte? Als je echt niet voorkomt, zoek dan op iemand uit je naaste omgeving.
  2. Nadenkopdracht: over de politie wordt veel geschreven op internet en veel is negatief. Wat er in het echte leven gebeurt heeft invloed op wat online geschreven wordt en andersom. Hoe denk jij daarover en wat doe je ermee? Zouden we ons in discussies (en zo ja, welke) moeten mengen? Bijvoorbeeld door feitelijke informatie te geven om een discussie te sturen.
  3. Nadenkopdracht: hoe denk jij over de activiteiten van ambtenaren op internet? Is de handreiking toereikend? Heb je zelf behoefte aan zo’n documentje?
  4. Schrijf over je ervaringen op het forum.

#14 Zoeken op internet

Een nieuw Ding, speciaal voor rechercheurs. Dit onderwerp neigt nogal naar de informatiekant van de zaak en we stappen hiermee in het grijze gebied tussen informatieanalist en rechercheur. En toch is het belangrijk om kennis te nemen van een aantal zaken als het gaat om zoeken op internet. Iedereen doet het immers! Maar hoe betrouwbaar is de informatie die je vindt? Hoe kun je slim zoeken? Wat zijn de juridische mogelijkheden? We zullen deze onderwerpen in dit Ding slechts kort aanstippen; er zijn complete cursussen die hier diep op ingaan en het gaat in deze cursus vooral om de bewustwording.

Een aantal ‘digifeiten’ op een rijtje; misschien waren ze je al bekend, misschien ook niet:

Blauwe zwaailamp

Op onze netwerkpc’s zit figuurlijk gesproken een blauwe zwaailamp. Onze grootste ‘vrienden’ weten heel goed welke IP-adressen (de identiteit van je computer en/of netwerk) van de politie zijn en ze kunnen dus zonder al te veel moeite zien dat wij op hun sites zijn langsgeweest. Dat kan je zaak verstoren!

Internet Recherche Netwerk

Bijna alle politiekorpsen werken er inmiddels mee; het Internet Recherche Netwerk (IRN). Ook Utrecht heeft een aantal (standalone) pc’s staan die daarop zijn aangesloten. Hiermee kunnen we veilig en anoniem over internet surfen, mits je er goed mee om gaat natuurlijk. Een driedaagse cursus is daarom ook verplicht om gebruik te mogen maken van deze pc’s. Voor de laatste 5 Dingen van deze cursus gaan we alvast de pc’s van dichtbij bekijken!

Andere zoekmachines

Naast Google zijn er nog tig andere zoekmachines, die net weer even andere zoekresultaten opleveren, zoals IxQuick, Altavista, Hakia. Geen enkele zoekmachine dekt volledig de lading. Het internet is namelijk vele malen groter dan zichtbaar voor het algemene publiek. Daar heb ik een interessant Engelstalig artikel over gevonden. Wil je meer weten over hoe zoekmachines werken, kijk dan ook eens op de Search Engine Watch. Veel tips en trucs over Google vind je op Voelspriet. Over zoeken op Google schreef internetzoekexpert Henk van Ess ´De Google Code´.

Betrouwbaarheid van informatie

De eerste hit in Google zal het antwoord op je vraag wel geven? Dacht het niet! Iedereen kan alles op internet zetten: vrijheid, blijheid. Betekent ook dat je vaak een flinke slag om de arm moet houden als het gaat om de betrouwbaarheid van informatie. Check je bronnen. Wikipedia is redelijk betrouwbaar maar zeker niet voor 100%. Vele voorvallen uit het verleden bewijzen dat. Om de betrouwbaarheid van een site te controleren kun je op internet kijken wat anderen zeggen over die site. Of neem nou Spyderweb, voor het vinden van persoonsgegevens. Wáár zoek je dan precies: in een oude kopie van een naslagwerk of in de bron zelf?

Handige tools

Diverse tools zijn beschikbaar om informatie te filteren, te verzamelen en handig in te zoeken. RSS en Google Alerts hebben we al gezien. Maar er zijn er nog veel meer! Een groot aantal hiervan is te vinden in een bron op het PolitieKennisNet (PKN) en ook op het platform van het Internet Recherche Netwerk. Een paar voorbeelden: advertentiezoeker.nl, nummerboek.nl, scoopler.com. En kende je ook wieowie.nl, watismijnip.nl en screencrap al? Handig zijn ook de Domeindelver, de Personenzoeker en de Documentenzoeker van Voelspriet. Om er maar een paar te noemen!

Sporen achterlaten

Je laat sporen achter door te surfen op een gewone netwerkpc, dat bleek net al. Maar wist je dat je ook sporen als die van een olifant achterlaat door bepaalde zoektermen te gebruiken of door bepaald zoekgedrag?

De nadere toelichting: als je in Google of welke zoekmachine ook klikt op een zoekresultaat, dan ziet de website die je dan bezoekt in de bezoekerstatistieken dat iemand de site heeft bezocht op bepaalde zoekwoorden in die zoekmachine.  Als je zelf een site hebt, dan weet je dit. Ikzelf zie vaak de meest lachwekkende zoektermen langskomen, zoals “wat is pingback” (alleen ‘pingback’ invullen was voldoende geweest) of “artikels over de beïnvloeding van internet op de maatschappij” (kan het nog langer?) of “doe is gek” (faud Nederlands!). En de informatie over de pc’s die via deze zoektermen op mijn site zijn geweest, is zeer uitgebreid! Wist je trouwens dat één van de meest gebruikte zoekwoorden bij Google ‘Google’ is?

En dan is er nog die interne zoekmachine. De zoekbalk op de website die je bezoekt. Handig toch, binnen een site even zoeken naar je subject of andere benodigde informatie? Nee, niet doen! Ook zoektermen die gebruikt worden binnen websites verschijnen in de statistieken van de eigenaar van de website. Wederom zijn de gegevens van je pc hieraan gekoppeld. We zullen bij de opdrachten zien welke gegevens.

Jongeren en internet

Jongeren, van Generatie Y en Z, ook wel digital natives genoemd, zijn opgegroeid met internet en doen er dezelfde dingen als in hun offline leven. Het praten in straattaal bijvoorbeeld. En sowieso is communiceren erg belangrijk. Zie bijvoorbeeld de volgende jongerensites: netlog, tagged.com, sugababes, superdudes, partypeeps en partyflock. Wist je dat jongeren vaak zowel offline als online bijnamen gebruiken in plaats van hun echte naam? Locaties afkorten tot voor de leek onbegrijpelijke plekken? Goed om je eerst te verdiepen in je doelgroep voordat je gaat rechercheren. Gebruik daarvoor bijvoorbeeld de site MijnKindOnline waar je veel informatie vindt over de trends op dit gebied.

Juridische (on)mogelijkheden

Dan denk je als wijkagent: “ik bekijk elke dag even mijn notoire veelplegers op Hyves om te zien waar ze zich mee bezig houden”, blijkt het niet te mogen! Juridisch gezien geldt voor internet eigenlijk hetzelfde als het echte leven. Moet je dus voor stelselmatige observatie toestemming van het OM krijgen, dan geldt dat ook online. Ook voor andere BOB-middelen zoals infiltratie geldt dat. Dat zullen we later nog zien, bij de opsporingscases. Op het platform van IRN is veel informatie te vinden over de juridische kant van de zaak en we hebben ook een paar experts rondlopen in het korps. Maar laat je niet weerhouden: internet is voor een zeer groot deel een open bron en die mogen we gewoon gebruiken – gelukkig maar!

Overige achtergrondinformatie

Op ons PolitieKennisNet is zoals gezegd een hoop achtergrondinformatie te vinden. Ik zal hier geen links plaatsen, dat heeft weinig zin (je kunt alleen op netwerkpc’s het PKN bezoeken). Zoek er eens op de term ‘internet’ en bekijk wat je daar tegenkomt. Een paar van de documenten zullen beschikbaar zijn op de slotdag van de cursus, 24 juni.

NB PKN komt najaar 2010 via internet (dus ook thuis raadpleegbaar!) beschikbaar

Ontdekoefening

  1. Zien welke sporen je achterlaat? Log eens in op Clicky, een statistiekprogramma dat ik heb geïnstalleerd op de 23 OpsporingsDingen-site waarop jullie vele bezoeken hebben afgelegd! Inloggegevens zijn op het forum te vinden.
  2. Ga op een netwerkpc naar PKN (http://politiekennisnet.politieacademie.politie.nl) en zoek naar de hierboven beschreven informatie; heb je er iets aan denk je? Probeer eens een paar van de genoemde tools uit!
  3. Betrouwbare informatie: we zoeken de directeur van Plan Nederland.
    1. Hoe heet hij?
    2. Waar woont hij?
    3. Wanneer is hij gestart met zijn Twitter-account?
    4. Hoeveel vrienden heeft hij op Facebook?
    5. Welk salaris mocht hij ontvangen in 2009?
    6. BONUS: wat is zijn vermoedelijke geboortedatum + -plaats en hoeveel kinderen heeft hij gekregen?
  4. Schrijf over je ervaringen en gedachten op het forum!

#11 Ontdek Flickr, één van de populairste foto-opslagsites

flickr_all

Websites die de mogelijkheid bieden om foto’s op te slaan, bestaan al sinds de jaren ‘90. Een website die het begrip “sharing” (delen) een flinke boost heeft gegeven en uitgroeide tot een levendige community, is Flickr. Om foto’s te beschrijven en terug te vinden, maakt Flickr gebruik van tags, of trefwoorden.
Voor deze weekoefening ga je zelfstandig ontdekken wat deze site allemaal te bieden heeft. Leer hoe tags werken, wat “sets” en “groups” zijn, welke zoekmogelijkheden er allemaal zijn en wat mensen zoal met Flickr doen.

Het meeste profijt heb je van Flickr als je snel een gratis account maakt. Gebruik daarvoor dezelfde accountnaam als die je voor je weblog gebruikt. Maar je kan er ook voor kiezen om foto’s te uploaden op het account van 23 PolitieDingen (zie het forum voor de inloggegevens). Daar kan je experimenteren met sets, groepen en vrienden toevoegen en ook zelf foto’s uploaden die je hebt gemaakt met je digitale fotocamera.

Belangrijk

Snel een account aanmaken heeft een toelichting nodig. Flickr is eigendom van Yahoo! en voordat je een Flickr-account maakt, moet je eigenlijk eerst een Yahoo!-account maken. Voor het gemak kun je zoals gezegd ook het account van de cursus gebruiken om optimaal Flickr “van binnen” te ontdekken.

Achtergrondinformatie

Zoals veel sociale sites moedigt Flickr mensen aan om hun eigen toepassingen te bouwen rondom de foto’s op de site. Via API’s (Application Programming Interface – uitleg bij Wikipedia) hebben enthousiastelingen zogenaamde third party-toepassingen en mashups vervaardigd met Flickr-inhoud. Een mashup is een toepassing, waarbij gegevens van de ene site gebruikt worden in een andere. Bijvoorbeeld foto’s combineren met een kaart: Mappr.

Hier enkele voorbeelden:

  • Flickr Color Pickr. Selecteer foto’s op kleur.
  • Findr. Een zoekmachine die op een bijzondere wijze met tags omgaat. Probeer eens met het woord “jaguar”.
  • Spell with Flickr. Zegt genoeg en is erg leuk!

Een van de grappigste toepassingen van BigHugeLabs is de Trading Card Maker. Gebruik een foto uit je Flickr-verzameling of op je computer en maak er een soort visitekaart van. Dit is een goed voorbeeld van een image generator… dat klinkt heel ingewikkeld, maar is het niet. Met een image generator kun je op een zeer eenvoudige manier foto’s manipuleren en bewerken om ze bijvoorbeeld op je weblog te plaatsen. Zoals in het voorbeeld van dit “For dummies”-boek. Je hebt geen duur fotobewerkingsprogramma meer nodig om toch mooie creaties te maken.

Ontdekoefening

  1. Lees de achtergrondinformatie en neem een kijkje op Flickr. Zoek bijvoorbeeld eens op ‘politie’ en zie wat je dan tegenkomt. Tot nu toe lijken er geen politiekorpsen te zijn die actief gebruikmaken van Flickr. Zie jij mogelijkheden?
  2. Open een Flickr-account en maak met je digitale camera (of telefoon met camerafunctie) een aantal foto’s. Upload de foto’s naar Flickr en voeg er tags aan toe. Een van die tags is “23opsporingsdingen”. Als je deze tag aan al je foto’s toevoegt, zijn ook foto’s van anderen eenvoudig vindbaar. Je kunt er ook voor kiezen het cursusaccount te gebruiken. Op het forum vind je de inloggegevens.
  3. Je hebt vast ook bij anderen gezien dat je “sets” kunt maken en zo foto’s kunt groeperen. Maak een set waarin je je foto’s plaatst.
  4. Ontdek en speel wat met een van de hierboven genoemde Flickr-mashups en third party-toepassingen. Wil je er nog meer bekijken? Kijk eens rond op Flickr Bits and Pieces / webapps.
  5. Zoek hieronder een image generator uit (of waarom niet alle drie?), waar je kunt manipuleren met plaatjes en woorden en schrijf erover op het forum. Waar kun je online image generators vinden? Hier heb je er een paar:
  6. Schrijf op het forum wat je ervaringen zijn en wat je denkt dat de site jou als rechercheur kan opleveren.

Nog een paar handige toepassingen:

  • Wil je een afbeelding maken van een onderdeel op je beeldscherm? Alles wat je op je monitor ziet kun je met de muis markeren en als afbeelding opslaan. Klik hier om Snippy direct te downloaden. Dit werkt overigens niet in Windows Vista.
  • Picnik, een eenvoudige manier om afbeeldingen bij te snijden of te verkleinen. Een account maken kan gratis. 
  • Adobe Photoshop Express ziet er ook fraai uit.
  • Tenslotte een fotobewerker in het Nederlands: Fotoaanpassen.nl. Niks aanmelden, niks inloggen. Gewoon bewerken en als je klaar bent rechtsklikken op de foto om ‘m op te slaan op je harde schijf.

#12 Ontdek wat YouTube-video te bieden heeft

1227451132_26ff1eaec7_mDe videohostingsites zijn in de afgelopen twee jaar als paddestoelen uit de grond geschoten, met YouTube (5 jaar oud) als absolute uitschieter wat populariteit betreft. Deze websites stellen gebruikers in staat om op eenvoudige wijze hun digitaal gemaakte films (met telefoon, fotocamera of digitale camera gemaakt) te uploaden en te vertonen aan het grote publiek (of aan mensen die jij daarvoor aanwijst).

Snuffel maar eens rond op YouTube en ontdek wat deze site te bieden heeft voor particulieren en natuurlijk voor de politie. Wat is er te vinden over je favoriete artiest, hoe werken de tags (net zo goed als bij Delicious en Flickr?) en wat vind je in de rubrieken? Wat vind je er over de politie?

Natuurlijk, je komt erg veel onzinnigheid tegen die de moeite van het kijken niet waard is. Maar je zal er wel degelijk pareltjes tegenkomen, waarvan je het bestaan niet eens vermoedde. Naast YouTube zijn er ook nog andere aanbieders van online video, zoals: Vimeo, Dik.nl en Yahoo Video. Een bijzondere is ook Dumpert, een zustersite van GeenStijl, waarop ook interessant videomateriaal te vinden is. Neem eens een kijkje!

Wist je dat je filmpjes op bijvoorbeeld YouTube ook kunt downloaden naar je computer? Daar zijn verschillende tools voor waar we in dit Ding verder niet bij stil zullen staan; maar weet dat ze er zijn.

Achtergrondinformatie

Kijk eens bij korpsen die op YouTube aan het experimenteren zijn:

En nog een burgerinitiatief:

Ontdekoefening

  1. Surf door YouTube, bekijk tags, rubrieken, de zoekmogelijkheden etc. en schrijf erover op het forum. Wat heb je er als rechercheur aan?
  2. Heb je een Twitter-account aangemaakt of had je deze al, tweet dan eens een paar filmpjes die jij interessant vindt voor anderen om te zien.
  3. Bonus! Beschik je over een telefoon of fotocamera die filmpjes kan maken of een digitale videocamera… maak je eigen filmpje en upload het naar YouTube. Je kunt voor het uploaden gebruik maken van het account van 23 Dingen. Inloggegevens vind je op het forum. Als YouTube zegt een koppeling te willen maken met Gmail, klik dan op nee!
    N.B. wellicht ten overvloede, maar toch: vraag vooraf toestemming voor publicatie aan de mensen die je filmt!

#9 Sociale netwerken – profielensites

Al sinds het begin van internet komen mensen online bij elkaar rond een onderwerp dat hen bindt. Zo ontstonden de eerste bulletinboards voor computeraars, enige tijd later gevolgd door de nieuwsgroepen op Usenet en de forums die zich nestelen binnen websites of een zelfstandig leven leiden.
Mensen hebben duidelijk een behoefte om op internet gelijkgestemden te ontmoeten die met dezelfde vragen en problemen worstelen als zij. Dat varieert van een nieuwsgroep voor verzamelaars van antiek, zeldzame ziekten of huishoudelijke issues, tot forums over wetenschap en religie.
Medio jaren negentig kwamen daar ineens de zogenaamde profielensites bij. Daarbij gaat het niet zozeer om een onderwerp waaromheen mensen zich groeperen, maar draait het vooral om JOU. Orkut en Friendster waren een van de eerste websites waar je je kan aanmelden, een eigen plekje krijgt waarin je vertelt wie je bent, wat je doet en ergens van vindt en waar je belangstelling naar uit gaat. Vervolgens nodig je mensen uit om ook lid te worden van deze profielsite en om vriend met je te worden. Online vrienden bekijken elkaars profielen, maar delen vooral meer met elkaar dan dat alleen. Foto’s, muziek, bestanden, maar vooral ook wat hen dagelijks bezighoudt: je deelt het met je vrienden! En hoe meer vrienden je hebt, hoe beter je gebruik kunt maken van wat anderen met je willen delen. En hoe hoger je status.

Profielensites, communities en vriendensites worden verzameld onder de naam social networkingsites. De bekendste richten zich op de “persoonlijke” markt (Hyves, MySpace, Facebook…) maar sterk in opkomst zijn de zakelijke netwerken, onder aanvoering van LinkedIn, waarop professionals ‘connecties’ van elkaar kunnen worden, maar waar je bijvoorbeeld ook kan terugvallen op de connecties van je vrienden.

De uitdaging voor de politie ligt in de vraag welke rol sociale netwerken kunnen spelen in het werk. Waar liggen de mogelijkheden voor een politie(organisatie) als er een “bureau” op Hyves wordt geopend? Kan de politie vrienden maken en diensten aanbieden op Facebook? Of er nuttige informatie vanaf halen..?

In dit Ding ga je de wereld van de sociale netwerken ontdekken en nadenken over de vraag of jij je er thuis kan voelen en wat de politie in zo’n gemeenschap te zoeken heeft.

Achtergrondinformatie

Ontdekoefening
Het staat je natuurlijk vrij om lid te worden van een sociaal netwerk. Als je wilt, maak dan een account op een (of meer) van de netwerken hieronder. Er zijn er echter nog veel meer! Ga op zoek naar kennissen en sluit vriendschap. Dat gaat nog eenvoudiger dan in het echte leven! Schrijf op het forum over je ervaringen. Wat kan je er allemaal doen, welke mogelijkheden zie je voor de politie en voor jezelf? Meld je je nergens aan, lees dan in elk geval de achtergrondinformatie en vorm je op basis daarvan een oordeel.

  • Politie 2.0 Ning: een groeiend netwerk van toekomstgerichte politiemedewerkers.
  • Ambtenaar 2.0 Ning: een groeiend netwerk van toekomstgerichte ambtenaren.
  • Hyves: in Nederland (vooralsnog) het populairste netwerk. Kijk bijvoorbeeld eens op de Hyve ‘Heb schijt aan de overheid‘!
  • MySpace: niet lang geleden geopend in een Nederlandse versie.
  • www.myspace.com/artiest: alle grote artiesten en bands hebben een profiel op MySpace. Luister naar muziek, bekijk clips, concertreviews en wordt vriend in plaats van fan!
  • Sociabel.nl: seniorennetwerk waar senioren hun familie en vrienden, contact houden.
  • Achtergrondartikel over dit bijzondere netwerk bij Frankwatching.
  • Orkut: eigendom van Google dus eenvoudig aanmelden via je Google-account.
  • Facebook: in de VS het grootste netwerk. Werkt met vele applicaties van derden. Ook in Nederlandse versie.
  • LinkedIn: vind collega’s en andere professionals.
  • Plaxo Pulse: lid van meerdere sociale netwerken? Volg via deze site wat je vrienden allemaal doen.
  • Dizzie.nl: een snelgroeiend sociaal netwerk rondom boeken en literatuur.

Schrijf op het forum over je bevindingen. Wat vond je interessant? Welke toepassingen zouden goed zijn om in een wiki te doen en welke niet? Wat kunnen wij als politieorganisatie me? Weet je überhaupt wat we er nu mee doen en wat vindt je daarvan?

#10 Andere sociale netwerken

Sociale profielensites, zoals we ze in Ding #9 hebben bekeken, zijn de grootste in de categorie sociale netwerken. Rondom elke gemeenschappelijke interesse is inmiddels wel een sociaal netwerk of social community te vinden. Mensen delen informatie in alle soorten en maten met elkaar. Misschien wel omdat het hen een gevoel van verbondenheid geeft om met gelijkgestemden uit te wisselen. Of om op goede ideeën te komen. Een paar bekende voorbeelden van sociale netwerken:

Uiteraard is deze lijst niet uitputtend. Een bijzonder interessant gegeven voor informatieanalisten en rechercheurs is dat hier heel veel informatie te vinden is over personen en hun interesses. Bij het delen van foto’s en video’s zullen we verderop in de cursus nog uitgebreid stilstaan. De rest zullen we nu bekijken.

Delen van boeken

Houd je van boeken? Ben je een liefhebber van de ‘good old’ bibliotheekcatalogus? Houd je ervan om al snuffelend in een bibliotheek op verrassende titels te stuiten? Dan zal je LibraryThing (ook in een Nederlandse versie) geweldig vinden. Deze website stelt je in staat om je eigen boekenkast in kaart te brengen, te catalogiseren en ook om andere mensen te vinden die een vergelijkbare boekenverzameling en een vergelijkbare smaak hebben als jij. Zoek het boek aan de hand van de titel en voeg ‘m toe aan je virtuele boekenkast. Daarna kun je er recensies over lezen van mensen die jouw boek ook bezitten en via hun boeken kun je weer op nieuwe suggesties komen.

Achtergrondinformatie

LibraryThing-groepen over misdaad:

Delen van muziek

Wie herinnert zich dit nog: op vrijdagmiddag na school samen met een vriend en je zakgeld naar de platenwinkel in de stad fietsen, de nieuwste LP van Neil Young kopen. Naar huis en dan onder het genot van een mok thee samen de muziek beluisteren op de Lenco platenspeler. En dan elk nummer bediscussiëren. Vond je deze plaat nou beter dan ‘Deja Vu’? Waar zouden de teksten over gaan? En nu je toch bij elkaar bent, wat vond je kameraad van Dylan’s ‘Slow train coming’? En had ik al gehoord over de nieuwe Fleetwood Mac? En kende ik die ene gozer, hij blijkt een schitterende platencollectie te hebben!

Dit klinkt als nostalgie, maar tegenwoordig is het beluisteren en praten over muziek, het uitwisselen van nieuwtjes en het bekijken van lijstjes een digitale aangelegenheid. En net zoals het kijken naar afbeeldingen, het delen van favorieten, het besnuffelen van elkaars boekenkast ook zo mooi via de tools kan die we eerder in de 23 Dingen tegenkwamen, zo blijkt ook muziek een bindmiddel te zijn om mensen bij elkaar te brengen. Maar ook om rustig in je eentje te genieten van je favoriete muziek.

Een geweldige muziekdeeldienst is Last.fm, maar wordt in deze cursus verder niet behandeld omdat het tegenwoordig een betaalde dienst is. Het was er bijvoorbeeld mogelijk een last.fm-radiozender op te zetten en op genre muziek te luisteren. Zo leerde je vanzelf allerlei nieuwe artiesten kennen, die qua genre passen binnen het door jou gekozen genre. Blip.fm is een aardig alternatief gebleken en is ook goed te koppelen aan Twitter. Het bestaat uit een enorme database met liedjes, met of zonder YouTube-beeldfragmenten. Je wordt na aanmelding gebombardeerd tot DJ en aangespoord om liedjes te spelen, fan te worden van andere DJ’s, props weg te geven en de wereld (via Twitter) te vertellen welke liedjes je draait. Door dat alles kun je penningen (badges) verdienen en zo top-DJ worden. Wie wil dat nou niet? ;-)

Achtergrondinformatie

Delen van favoriete websites

Eén van de bekendste social bookmarking-sites is Delicious. Je kunt er een webpagina tot favoriet maken en de inhoud door middel van tags ontsluiten.

Tagging (toevoegen van labels/trefwoorden) is een open en informele manier van onderwerpsontsluiting. Veel web 2.0-toepassingen geven gebruikers de mogelijkheid om trefwoorden toe te kennen aan online content in de vorm van websites, foto’s, blogberichten en zelfs catalogusitems. Tagging is totaal ongestructureerd en de trefwoorden worden door de gebruikers bepaald met omschrijvingen die zij belangrijk vinden.

Het sociale aspect van Delicious ligt in het feit dat je bijvoorbeeld via jouw tag ‘fietsen’ niet alleen je eigen favoriete websites vindbaar maakt, maar dat je tevens ziet welke websites andere gebruikers hebben getagged met het woord ‘fietsen’. Op deze manier ontstaat een groot kennisnetwerk van websites die via tags met elkaar verbonden zijn. En daarnaast ontstaat er ook een groot netwerk van mensen die dezelfde interesses met elkaar delen.

Om Delicious te leren kennen, kun je deze bronnen eens bekijken:

Ontdekoefening:

  1. Lees de achtergrondinformatie van alle deelonderwerpen door.
  2. Maak een Blip.fm-account aan en zoek een aantal liedjes op. Kijk ook eens rond bij andere DJ’s en hun muziekkeuze. Zit er iets voor jou bij? Zorg ervoor dat je ook minstens één Blip-liedje op je Twitter-account laat verschijnen.
  3. Extra: als je het leuk vindt, maak dan een account aan voor LibraryThing en/of Delicious en ga op ontdekkingstocht.
  4. Schrijf op het forum over je ervaring en of je toepassingsmogelijkheden ziet voor je werk.